Citaat van Johan

Over Kahlid Sinouh, reserve-keeper van AZ: Sinouh is misschien wel een aardige jongen maar het is een oelewapper van een keeper.

Met partner Antoinnette Scheulderman schreef Michel van Egmond de biografie van Johan Derksen. Mezza ging met Van Egmond in Grolloo op audiëntie bij ‘De Snor’, die volgend jaar stopt met zijn tv-werk. ‘Al die BN’ers in al die programmaatjes, ik wil daar niet bij horen,’ vertelt hij deze week in Mezza.

Het is donderdagmiddag, even na tweeën. Johan Derksen leunt achterover in zijn stoel. Hij heeft op ontspannen wijze verteld over zijn moeizame jeugd, zijn avonturen als journalist, zijn passie voor bluesmuziek en zijn aflopende carrière als televisiemaker. Tussendoor heeft ‘De Snor’ tevreden gelurkt aan de zoveelste Olifant, ‘de beste sigaar van Nederland’.

Als de fotograaf binnenkomt, verandert plotseling zijn toon. ‘Ik ben niet de gemakkelijkste om te fotograferen, hoor. Ik doe namelijk nooit iets wat ik niet wil. Fotografen komen hier met allerlei ideeën, maar ik ben geen clowntje, hè. Ik wil somber op de foto, niet lachend en het liefst rokend. Om te provoceren. En bij vrouwen wil ik nog weleens spontaan bloot poseren. Hoewel, ik ben 72. Misschien moeten we de lezers dat niet aandoen. Wil je iets drinken?’

De toon is gezet in huize Derksen. Althans, in de mancave van Derksen. De beroemdste bewoner van Grolloo heeft in de royale achtertuin zijn eigen domein. En dat is geen lullig tuinhuisje. ‘Toen we dit huis kochten, voor de hond omdat er zo’n enorme tuin bij zat, heeft de aannemer dit gebouwd. Hier kan ik me terugtrekken, dit is mijn wereld.’

Klik om verder te lezen.

Zijn mancave is een walhalla voor muziekliefhebbers. Er staan kasten met duizenden cd’s – keurig op alfabetische volgorde – honderden muziekboeken (‘ik hou van biografieën’) en een bureau (‘zonder troep’). Er hangt een televisiescherm, net als op de eerste verdieping waar hij zijn radiostudio heeft en zijn drumstel staat. Aan de wanden affiches (Ricky Nelson), elpees (The Angry Young Men van Them), nummerplaten (Austin Texas), tekeningen, muziekposters, ingelijste shirts (George Best) en veel foto’s. Van zijn vriend Harry Muskee, en van hemzelf, genietend van een sigaar, met dochter Marieke, in duel met de legendarische spits Ruud Geels. ‘De cd’s heb ik nooit geteld, maar dit is mijn leven in muziek.’

Zijn leven in én buiten de muziek is nu opgetekend door Michel van Egmond en Antoinnette Scheulderman in Derksen, zijn biografie. Van Egmond vergaarde roem met bestsellers over de oud-voetballers René van der Gijp en Wim Kieft. Scheulderman, voormalig ‘tafeldame’ bij DWDD, is interviewer voor Linda en de Volkskrant en auteur van onder andere de boeken De mama’s en de papa’s en Dan neem je toch gewoon een nieuwe. Samen schreven ze vorig jaar de biografie van Patty Brard.

Derksen: ‘Met Michel wilde ik best een boek over mijn leven maken. Hij is een van de weinige schrijvers die je als lezer laat glimlachen. Ik heb van Michel het manuscript gekregen, maar alleen het eerste en laatste hoofdstukje gelezen, meer niet. Ik vond het zo gênant om over mezelf te lezen. Ik zie het allemaal wel. En wat de mensen vinden, zal me worst wezen.’

Johannes Gerrit Derksen

72 jaar geleden werd hij geboren in Heteren, en nu is Johan Derksen uitgever, radiomaker en de bekendste voetbalanalyticus van het land. Twaalf jaar lang speelde hij profvoetbal, voordat hij aan de slag ging als sportjournalist. Bij Voetbal International was hij van 2000 tot 2017 hoofdredacteur. In de jaren 90 is Derksen manager van Cuby + Blizzards, de band van zijn vriend Harry Muskee. Sinds 1999 analyseert hij op televisie in voetbalpraatprogramma’s als Sport aan tafel, Voetbal Inside en Veronica Inside. Derksen trouwde drie keer. Zijn eerste vrouw, met wie hij dochter Marieke kreeg, overleed na een val van de trap. Van zijn tweede vrouw, met wie hij dochter Anoeska heeft, scheidde hij binnen een jaar. Met zijn derde vrouw Isabelle, die zoveel mogelijk uit de publiciteit wil blijven, is hij nu 24 jaar samen.

Voorsprong

Derksen en Van Egmond kennen elkaar meer dan twintig jaar. Toen De Snor in 1999 op televisie debuteerde met Sport aan tafel, was Van Egmond samen met onder anderen Hugo Borst eindredacteur. ‘Veel later, vanaf 2008, werd ik zijn adjunct bij Voetbal International en maakte ik hem als eindredacteur van Voetbal Inside intensief mee,’ vertelt Van Egmond, vier uur eerder in de auto op weg naar Grolloo. ‘Tijdens de uitzendingen van VI Oranje zat ik wekenlang met hem in het Kurhaus en zagen we elkaar dagelijks. Dat gaf me bij het maken van dit boek natuurlijk een grote voorsprong.’

Waarom een boek? ‘Kijk, over vrijwel alle hoofdpersonen aan de stamtafel van VI zijn een of meerdere boeken geschreven. Ik geloof dat Jan Boskamp inmiddels meer biografieën heeft dan Winston Churchill. Het zou gek zijn als de spil van het programma er dan geen heeft. Maar daarnaast is Johan in veel opzichten perfect materiaal voor een boek. Hij is uitgesproken, heeft ontzettend veel meegemaakt en is ook bereid daarover openhartig te praten. En hij heeft iets mysterieus. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die hem volledig doorgronden. Misschien is zijn dochter Marieke wel de enige die hem echt kent. Toch denk ik dat wij best aardig in de buurt zijn gekomen.’

Een nadeel was dat Johan niet gemakkelijk over zijn gevoelsleven praat. ‘Zeker niet tegen een man. Hij heeft altijd iets stoers over zich en bedient zich meestal van een paar vaste oneliners als hij over gevoelige zaken moet praten. Daar wilde ik voor dit boek geen genoegen mee nemen. Vandaar dat ik zo blij was dat Antoinnette ook dit keer met me wilde samenwerken, na ons boek over Patty Brard. Het is sowieso leuk om met je eigen partner te werken, maar ik vond haar ook perfect geschikt voor dit project. Ik weet dat ik niet helemaal objectief ben, maar ik vind Antoinnette de beste interviewer van Nederland. Ik dacht: als zij Johan niet aan het praten krijgt, dan lukt het niemand. En ik denk dat het uiteindelijk gelukt is. Johan toont gaandeweg het boek toch ook onverwachte en gevoelige kanten.’

Een van die onverwachte kanten is zijn voorliefde voor romantische films. In zijn mancave wijst Derksen op het scherm aan de wand. ‘Voetbal kijken is voor mij echt werk geworden. Het interesseert me niet bijster veel, zeker niet als RKC tegen Willem II speelt, maar je moet het toch zien. Anders zit je op tv uit je nek te lullen. Daarom is het een feest om na het voetbal af en toe een film op te zetten. Maar dan niet Schindler’s List, want ik wil wel rustig kunnen slapen. Notting Hill en As Good As It Gets heb ik al meermalen gezien. Het moet in ieder geval een romantische comedy zijn met een happy end.’ Met een knipoog: ‘Nu ben ik toch al een liefhebber van happy ends.’

Zit ik hier wel tegenover de bikkelharde voormalige profvoetballer en niets en niemand ontziende analyticus?

‘Niets menselijks is me vreemd. Willem van Hanegem en Jan Wouters zijn bikkels. Hadden lak aan de hele wereld, maar waren ook sentimentele jongens met geregeld een traantje.

 In het boek vertelt u openhartig over het overlijden van uw eerste vrouw en de moeizame band met uw vader. Werkte dat therapeutisch voor u?

‘Ik heb in mijn hele leven nog nooit een therapeut nodig gehad. Daar ben ik geen type voor. Ik heb veel meegemaakt, ja, maar daar word je een grote jongen van. Ik ben op mijn 17de het huis uitgegaan. Sindsdien ben ik onderweg, en dat ben ik nog steeds. Ik ben 22 keer verhuisd. Niemand heeft me geholpen. Alles wat ik heb bereikt heb ik zelf gedaan.’

Mores

Als 17-jarige legde Johan Derksen op het voetbalinternaat van Go Ahead Eagles de basis voor een profcarrière, die hem langs clubs als Cambuur, Veendam, FC Haarlem, het Duitse SV Meppen en MVV leidde. Daarna maakte de bikkelharde linksback de overstap naar de sportjournalistiek, eerst bij het Dagblad van het Noorden en vervolgens 39 jaar lang bij Voetbal International, waar hij hoofdredacteur werd. Van Egmond: ‘Ik zie Johan als iemand die vroeger weinig liefde en complimenten heeft gehad thuis. Als jongen is hij grotendeels in de voetbalkleedkamer opgevoed en dat merk je nog steeds aan hem. Johan leeft volgens de mores van het kleedlokaal uit de jaren 70. Dat betekent: nooit je zwaktes tonen en als je een schop krijgt niet piepen maar twee keer zo hard terugschoppen. Dat zie je in zijn hele leven terug. Dat recalcitrante gedrag dat hij in de jaren 60 heeft ontwikkeld, toen de tijd er naar was om je tegen de gevestigde orde af te zetten, is hij nooit helemaal kwijtgeraakt.’

Derksen: ‘Ik heb nooit met mijn vader op kunnen schieten. Hij had een alcoholprobeem en kon enorm tekeergaan. Die man heeft én het leven van mijn moeder vergald én het mij ook niet gemakkelijk gemaakt. Voetbal was mijn vluchtroute. Terugkijkend heb ik geen leuke jeugd gehad. Altijd stress en spanning, altijd je moeder moeten beschermen. Scheldkanonnades. Kleineren. Alles wat ik deed was waardeloos. Zelfs toen ik op mijn 27ste naar VI ging, had ik een verkeerde keus gemaakt. ‘Wat moet je bij dat linkse blad?’ Ik was weleens heel jaloers op vriendjes die opgroeiden in harmonieuze gezinnen.’

 Ik doe al 24 jaar hetzelfde kunstje. Ik betrap mezelf erop dat het steeds meer op de automati­sche piloot gaat

 ‘Tot ik het huis uit ging, moest ik precies doen wat mijn vader wilde. Hij bepaalde alles: mijn kleding, mijn haardracht, op zondag naar de kerk. Als je 11 bent, heb je niet zoveel babbels. Op mijn 16de werd ik opstandig en kregen we woordenwisselingen. Zo erg dat mijn moeder zijn dienstpistool – mijn vader werkte bij de politie – verstopte. Ze was bang dat hij het zou gebruiken als hij weer eens door het lint ging.’

 In het boek vertelt u dat u gaat stoppen met televisie maken.

‘Klopt. Ik doe al 24 jaar hetzelfde kunstje. Ik betrap mezelf erop dat het steeds meer op de automatische piloot gaat. Ik dien mijn contract uit tot volgend jaar zomer en dan zien ze me niet meer terug.’

 Bijna was dat vorige zomer al gebeurd. Derksen was de hoofdrolspeler in een fikse rel bij Veronica Inside, het voetbalpraatprogramma met René van der Gijp en Wilfred Genee. Hij maakte een Zwarte Pieten-grap ten koste van rapper Akwasi en kreeg half Nederland over zich heen.

 Derksen in Veronica Inside.

Derksen was het oneens met hoe de redactie van Veronica Inside daarop reageerde. In een beruchte racisme-themauitzending met tafelgast Natacha Harlequin voelde hij zich aangevallen en in de steek gelaten door collega Wilfred Genee. Toen al wilde de analyticus stoppen met de show, maar hij werd hoogstpersoonlijk teruggefloten door John de Mol die hem aan zijn contract hield.

En nu stopt u dus echt?

‘Ik wilde aanvankelijk wel door, hoor. Toen er vorig jaar niet meer gevoetbald kon worden vanwege corona hebben wij de uren op tv gewoon volgeluld over de actualiteit van de dag. De directie van Talpa zag dat als een kans en wilde dagelijks een show, na de Meilandjes. Ik zag dat wel zitten. Ik ben wel een beetje klaar met dat geouwehoer over Messi en Maradona. Maar René van der Gijp vond vijf avonden te veel en Wilfred Genee vond plotseling dat showtje van hem op Radio Veronica zo leuk. Ik vind het weerzinwekkend wat ze daar doen. Met ongelooflijke kutmuziek, Boulevard-achtige onderwerpjes en twee volwassen mensen die twee uur lang om Wilfred zitten te lachen. Maar goed, dat is zijn keus. Maar dan wordt het voor mij tijd om te stoppen. Ik heb geen zin meer om door te kabbelen.’

De talkshows zullen u blijven bellen.

‘Ze hebben me graag aan tafel, omdat ik me overal mee bemoei. Dat geeft reuring, hè. Ik word geëxploiteerd. Het gaat me tegenstaan. Al die bekende Nederlanders in al die programmaatjes, ze blijven maar opduiken. Ik wil daar niet bij horen, maar ongemerkt gebeurt dat toch. Ineens zit je in Boulevard, en als ik jarig ben staat hier een camerateam van Shownieuws voor de deur. Dat wil ik allemaal niet, joh. Ook de talkshows hoeven me niet meer te bellen.’

 Uw kapper verheugt zich er ook op, las ik.

‘Haararchitect, hè. Ja, ik heb met hem de afspraak dat het lange haar en de snor eraf gaan. Die snor zit er al sinds 1971, toen ik uit dienst kwam. Ik ben daardoor zo herkenbaar; overal waar ik kom beginnen ze tegen me aan te ouwehoeren. Ik snap dat. En als je zo graag met je kop op televisie wilt, moet je dat ook accepteren. Maar het lijkt me fijn om straks helemaal niet meer herkend te worden.’

Wat vindt mevrouw Derksen ervan?

‘Wij zitten hier niet in een overlegcircuit.’

U lijkt helemaal klaar met televisie, maar u moet nog even: deze zomer elke dag en daarna nog een regulier seizoen. Prettige wedstrijd!

‘Daar kan ik me prima voor opladen, hoor. Geen probleem, maar daarna is het klaar. Natuurlijk, iedereen die op tv verschijnt, is ijdel. Maar ik heb zoveel andere leuke dingen te doen. Ik ga het allemaal niet missen. Bovendien, als je niet meer op televisie komt, ben je in een mum van tijd vergeten. Dan hoor ik: als jij weggaat, blijft er niets van dat programma over. Lulkoek. Zet Wim Kieft er neer, Marcel van Roosmalen of Rafael van der Vaart. Het gaat gewoon door.’

Johan Derksen nam vaker afscheid, weet Van Egmond. Van zijn thuis, van het voetbal en van de schrijvende journalistiek. De schrijver besteedt in de biografie veel aandacht aan de voetballer Johan Derksen. ‘Ik heb het meest genoten van de research naar Johans jaren als voetballer, waarbij ik erg werd geholpen door een stapel van vijftien plakboeken die ik van Johan kreeg, waarin ik van alles tegenkwam. Daarmee heb ik geprobeerd een tijdsbeeld te schetsen van het voetbal uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, een tijd waarin volgens Johan op zondagmiddag overal in Nederland spelers gedrogeerd aan de aftrap stonden, waarin nog nooit iemand van de videoscheidsrechter had gehoord en de botsplinters soms in het rond vlogen, zo hard werd er gespeeld. En Johan was een van de hardste en gemeenste spelers van allemaal. In de kranten noemden ze hem ‘De Beul van de Langeleegte’ (de Langeleegte was de naam van het stadion van Veendam, red.) en als je de verslagen erop naslaat is dat niet eens overdreven. Het ergste is nog dat Derksen die titel met trots droeg ook. In het boek kijkt hij er inmiddels iets genuanceerder op terug en schaamt hij zich soms ook wel voor de manier waarop hij zich binnen de lijnen heeft misdragen.’

Ook zijn jaren als journalist komen uitgebreid aan bod in het boek, jaren waarin je als verslaggever nog gewoon bij de buitenlandse sterspelers thuis kon blijven slapen als je dat wilde. Ook zijn vriendschappen met Johan Cruijff en Harry Muskee hebben een prominente plek. Van Egmond: ‘Wat dat betreft was het niet moeilijk om de bladzijden te vullen, want Johan heeft geleefd voor tien.’

De tekst gaat verder na de foto.

Dat betekent niet dat hij al uitgeleefd is. Derksen voelt zich nog als een jonge hond en heeft plannen voor tien. ‘Ik heb mijn radioshow. Straks gaan de schouwburgen weer open en ga ik weer verder met mijn blues & americana-tournees. Met muzikanten uit Amerika en Engeland en vertrouwde namen als Erwin Java en Roel Spanjers. Zoals alles nu gaat, is het best uit te houden. Het enige wat ik doe is roken, verder leef ik redelijk gezond. Drinken doe ik al heel lang niet meer. Een aantal jaar geleden ontspoorde ik nogal eens door vraatzucht. Kampte ik met overgewicht. Zat ik dag en nacht op de weg; benzinestations waren mijn cocaïne. Het was tanken en eten. Alles ging naar binnen. Chocolade, pindarotsjes – melk! –, zachte noga, pinda’s, bierworstjes, van die zakken met snoepbanaantjes. Van Gouda tot Groningen, dat was precies één zak. Tot ik bij de dokter zat en hij zei: u zult toch anders moeten gaan leven, want anders kunt u kiezen: een hartinfarct of een herseninfarct.’

U viel 40 kilo af.

‘Mensen zeiden: je moet op dieet en naar de Weight Watchers, maar ik ben toch geen patiënt? Als ik af wil vallen, dan vreet ik gewoon niet. Je moet dan wel een beetje wilskracht hebben.’

Ben u weleens bang voor het einde?

‘Welnee. Anders zou ik wel stoppen met roken. Ik zie het om me heen. Mijn generatie is aan het overlijden. Parkinson, dementie, kanker. Het heeft niet altijd iets te maken met je levenswijze. Sommigen die het gezondst leefden, gingen als eersten. Je moet ook een beetje geluk hebben.’

Gelooft u nog ergens in na de dood?

‘O nee. Dat is wel makkelijk hè, mensen die geloven. Als dan iemand overlijdt, hebben ze meteen het verhaal klaar dat ze herenigd worden. Nou vergeet het maar. Ze brengen mij maar lekker naar de overkant hier, waar je een prachtig kerkhof hebt. Effe de straat over. Mag Sandra Plug, mijn vaste chauffeur en zangeres, zingen.’

Hoe wilt u later herinnerd worden?

‘Ze mogen alles van me vinden. Zolang ze zich mij maar niet herinneren als een kleurloos iemand, vind ik het best.

Als u ingelogd bent, kunt u reageren

Aantal leden

5947

Johan Derksen bingo



De wereldberoemde bingo!

Met deze bingo maak je een uitzending met Johan Derksen nog leuker. Streep af als je een uitspraak van Johan hoort. Wie het eerst de kaart vol heeft, heeft gewonnen!

Bezoekersteller

809861
VandaagVandaag106
GisterenGisteren194
Deze weekDeze week1356
Deze maandDeze maand106
TotaalTotaal809861
Joomla templates by Joomlashine